25.06. 2026 | ... x bekeken

Albert Top

Challenger

De supermarkt die niet kiest, verliest.

Hard discount en merkdiscount supermarkten wonnen in 2025 meer dan één procentpunt marktaandeel; goed voor honderden miljoenen euro’s verschuiving. De nettomarge van kleine supermarkten staat op 1,6 procent; die van grote supermarkten op 3,8 procent. En dan is er het getal dat er het meest toe doet: de prestatiespreiding binnen supermarktformules is groter dan die tussen supermarktformules. Twee supermarkten met exact dezelfde formule kunnen verder uit elkaar liggen dan twee supermarkten van volledig verschillende ketens. De vraag dringt zich op: als twee supermarkten met dezelfde formule zo dramatisch anders presteren, wat is de formule dan eigenlijk nog waard?

Op papier zou het antwoord in logistiek of locatie moeten liggen. Maar wie de markdata doorleest, ziet iets structureler. De formule is niet het probleem. De afwezigheid van strategische helderheid is het probleem. De sector bevindt zich in een structurele differentiatiefase, en het midden verdwijnt. Consumenten zijn niet tijdelijk maar blijvend prijsbewuster geworden. Ze zijn gaan shophoppen; boodschappen spreiden over meerdere supermarkten op basis van prijs en gemak. De klassieke full-service supermarkt met een breed assortiment, redelijke service en een acceptabele locatie heeft geen antwoord meer op de vraag waarom de klant hier moet zijn. Breed assortiment, redelijke service en een acceptabele locatie zijn geen onderscheid. Het is het minimum.

De ruimte voor de gemiddeld-goede uitvoerder krimpt. Wie niet expliciet kiest tussen kostenleiderschap en onderscheid, raakt gevangen in een niemandsland waar discount goedkoper is en full service beter; en de ondernemer in het midden geen van beide is. Dat is niet een marktprobleem. Het is een keuzevermijdingsprobleem.

Een goede retailstrategie begint bij de vraag die de meeste ondernemers het langst uitstellen: waarom bestaan we? De Rol van Betekenis is de noordster van waaruit alle vervolgkeuzes worden getoetst; niet als slogan, maar als operationeel kompas. De marktdata maakt zichtbaar waarom die vraag niet vrijblijvend is. Ondernemers zonder helder antwoord improviseren bij elke tegenvaller: ze bezuinigen blind of investeren impulsief, zonder dat ze kunnen toetsen of die keuze de formule versterkt of verzwakt.

De marktdata bevestigt ook een valkuil die in strategische-trajecten als standaard weerstandspatroon opduikt: “maar het werkt nu toch?”  Supermarkten met lage afschrijvingen laten op korte termijn een gezond resultaat zien; maar verzwakken ondertussen hun concurrentiepositie jaar na jaar. De winkel ziet er steeds ouder uit, de klant raakt geleidelijk onthecht, de medewerkers missen het verhaal achter wat ze doen. Op de dag dat het echt fout gaat, is de schade al jaren geleden ontstaan. De Rol van Betekenis is precies het instrument dat helpt onderscheid te maken tussen wat nu werkt en wat toekomstbestendig is. Zonder dat instrument is elke investerings- of bezuinigingsbeslissing een gok.

De meest strategisch relevante bevinding van de benchmark is die prestatiespreiding binnen supermarktformules. Ze is niet toevallig en niet te verklaren met locatie of schaal alleen. Ze is de empirische bevestiging van wat het Crossmarks denkkader stelt: merkwaarde wordt gecreëerd door de consistentie van uitvoering over alle touchpoints heen; van winkelomgeving tot personeel tot assortiment tot communicatie. Top supermarkten slagen er in dat consistent te doen. Gemiddelde supermarkten niet. En dat verschil is aantoonbaar in elke regel van de exploitatie.

Top supermarkten realiseren lagere loonkosten als percentage van de omzet; niet door minder mensen, maar door hogere productiviteit en lagere uitstroom. Ze tonen minder operationele afwijkingen: minder derving, betere beschikbaarheid, consistentere processen. Ze investeren modulair en gespreid in de tijd, zodat de winkel altijd actueel is zonder exploitatiepieken. En ze maken bewuste commerciële keuzes die ruimte laten voor beleving en presentatie naast kostenbeheersing. Elk van deze vier patronen is een uitdrukking van strategische helderheid op winkelniveau, de ondernemer weet wie hij is, voor wie hij er is, en laat dat doorwerken in elke operationele beslissing.

Vers als strategische kern-PMC illustreert dat het scherpst. Vers is in de marktdata de sterkste differentiator voor full-service supermarkt formules; maar uitsluitend bij supermarkten die het als kern behandelen, met bijbehorende ruimte, personeel en inkoopdiscipline. Supermarkten die vers als ‘ook aanwezig’ beschouwen, verdienen er amper aan. Dat is geen assortimentsprobleem. Dat is een positioneringsprobleem dat zich vertaalt in een uitvoeringsprobleem.

De personele component verdient een eigen analyse, want de marktdata is op dit punt onomwonden. Personeel is zowel de grootste beïnvloedbare kostenpost als een van de sterkste drivers van onderscheidend vermogen. In een jaar met stijgende CAO-lasten en verhoging van het minimumjeugdloon staat de personeelsstrategie bovenaan elke exploitatieagenda. Maar de marktdata laat zien dat de winst niet in bezuinigen zit. Topsupermarkten realiseren het beste loonkostenpercentage door betrokkenheid en lager verloop, niet door de bezetting te reduceren.

Het Formulestrategie kader definieert medewerkers als belichaming van het merkarchetype op de winkelvloer. Een supermarkt die warmte, lokale binding en persoonlijk contact als kernwaarden heeft, kan dat niet waarmaken met personeel dat het merk niet begrijpt of er niet in gelooft. Een premium supermarkt die expertise als onderscheid claimt, heeft mensen nodig die die expertise uitstralen; niet omdat HR dat zo heeft bedacht, maar omdat de klant het elke dag ervaart. De mismatch tussen merkprofiel en personeelscultuur is een van de sterkste verklaringen voor de brede prestatiespreiding die de marktdata constateert.

De financiële markt data vragen om een strategische leessleutel die verder gaat dan tabelwaarden. Kleine supermarkten realiseren de hoogste brutomarge; 27,8 procent, maar het laagste nettoresultaat: 1,6 procent. Grote supermarkten draaien 26 procent brutomarge maar 3,8 procent nettoresultaat, dankzij schaalvoordelen in loonkosten. Dat verschil is de economische logica van het schaalmodel. Maar voor de kleine winkel zit er een ijzeren consequentie aan: de premium assortimentspositie die de hogere brutomarge rechtvaardigt, moet op elke vierkante meter worden verdedigd. Er is geen buffer. Een kleine buurtsuper die premium positionering claimt maar de uitvoering niet consequent waarmaakt, verliest zowel de premiumklant als de prijskoper; en heeft geen schaal om dat op te vangen.

De omzetgroei van circa 1,5 procent in de eerste maanden van 2026 is vrijwel volledig prijs gedreven. Volumes blijven structureel achter. Dat is geen conjunctureel signaal; het is een marktsignaal. Een propositie die geen volumegroei genereert, sluit niet langer voldoende aan bij de veranderende klantbehoefte. Het antwoord is niet een diepere prijspromotie; dat terrein wint discount altijd. Het antwoord is een scherper en consequenter uitgevoerde formatpropositie: meer vers, meer beleving, meer lokale diensten, mits elke dag waargemaakt.

De ondernemers die de komende jaren het meest verliezen, zijn niet de kleinsten of de die pech hebben. Het zijn de ondernemers die de strategische keuze blijven uitstellen; die operationeel druk zijn maar niet weten waarom ze doen wat ze doen. Dat patroon herkennen we in meerdere retailsectoren: de ruimte voor de gemiddeld-goede uitvoerder wordt kleiner, niet groter. En in supermarkten; met toenemende schaaldruk, stijgende loonkosten en een discount-concurrent die nooit slaapt, is die ruimte nu kleiner dan ooit.

De supermarkt ondernemers die de komende jaren winnen, zijn die welke nu drie dingen tegelijk doen: de Rol van Betekenis scherp definiëren en er operationele consequenties aan verbinden; personeel bouwen als formule-ambassadeurs in plaats van taakuitvoerders; en modulair investeren zodat de winkel altijd actueel is in plaats van periodiek vernieuwd. Dat zijn geen drie nieuwe ideeën. Het zijn drie dingen die topsupermarkten al jaren doen; en die de beschikbare marktdata voor iedereen zichtbaar maakt.

De marktdata biedt geen blauwdruk voor succes. Maar de Crossmarks formule kaders wel. De marktdata levert de spiegel; de Retailvisie methodiek en de Formulestrategie bouwstenen leveren het begrip. Samen maken ze één ding onweerlegbaar zichtbaar: het is niet de formule die het verschil maakt; het is de supermarkt ondernemer die weet waarom hij bestaat en de discipline heeft om dat elke dag waar te maken.

Connected to Next Revolution Group label