8.06. 2026 | ... x bekeken

Albert Top

Challenger

Wehkamp en Omoda: een overname lost niet op wat een formule zelf moet doen

Op 4 juni 2026 nam Omoda Brands Wehkamp Retail Group over. De omzet daalde in vier jaar van €782 miljoen naar €514 miljoen; een verlies van 34 procent. De goodwill-afboeking bedraagt circa €80 miljoen. Het nettoverlies in boekjaar 2024–2025 staat op €89 miljoen. De vraag dringt zich op: is een nieuwe eigenaar genoeg om een formule te redden die zichzelf in tien jaar kwijt is geraakt?
Op papier lijkt de overname een logische zet. Omoda Brands is een familiebedrijf met een heldere boutique-visie, een gezond eigen vermogen en een portfolio van sterke modemerken. Maar wie iets dieper kijkt, ziet dat de echte opgave niet in de eigenaarsstructuur zit. De echte opgave zit in de formule zelf.

Wehkamp heeft een primair archetype dat helder en krachtig is: de Everyman. Herkenbaar voor iedereen, breed bereikbaar, vertrouwd, Nederlandser dan Nederlands. Gecombineerd met de rol van Selector; een formule die keuze reduceert voor de klant die in een onoverzichtelijk aanbod een verantwoorde keuze wil maken, is dat een verdedigbare positie voor een online warenhuis met 600.000 artikelen. De Moderne Burgerij vrouw van 35 tot 60 is de klant die dit merk heeft groot gemaakt. Ze herkent Wehkamp. Ze vertrouwt het.

 

Maar in de Apax-periode (2015–2026) deed Wehkamp precies het tegenovergestelde van wat die positie vraagt. De positioneringswissels volgen elkaar op zonder dat een ervan de tijd krijgt om te landen: ‘Het beste in jou, laat maar komen’ (2019) brak met de lifestyle-aspiratie-fase; ‘Het mooie van nu’ (2023–2025) activeerde het Jester-archetype met een visuele en tonale taal volledig gericht op een jong publiek; ‘Altijd Wehkamp, sinds 1952′ (september 2025) koerste opnieuw terug naar erfgoed en vertrouwen. In de Crossmarks-methodiek noemen we dit archetypische drift: elke nieuwe campagne compenseert niet de vorige; ze maakt de opgebouwde brand debt alleen maar groter. Wat dat mechanisme zo destructief maakt: het Jester-archetype is voor Wehkamp een secundair archetype dat als aanvulling werkt op de Everyman, niet als vervanging. Door het primaire archetype tijdelijk opzij te zetten, stuurde Wehkamp twee onverzoenbare merkboodschappen tegelijk uit, warmte en vertrouwen voor de kernklant, ironie en snelheid voor een jongere doelgroep. Voor de kernklant was dat verwarrend. Voor de jongere doelgroep ongeloofwaardig. En voor het merk schadelijk op beide fronten tegelijk.

De formuleschade zit op meerdere plekken tegelijk. Het meest onderschatte probleem is de categoriemismatch. De fashion-aspiratie-periode (2015–2019) heeft het assortiment verschoven richting mode als primaire categorie, terwijl de Moderne Burgerij-kernklant Wehkamp van oudsher ervaart als breed warenhuis voor ondergoed, home & living, kinderkleding en schoenen. Niet als modemerk. Interim-CEO Hagman verwoordde de ambitie correct: “We willen geen marktplaats zijn, maar een gecureerd platform.” Maar een gecureerd platform dat 600.000 artikelen aanbiedt zonder zichtbare curatielogica, is in de beleving van de klant gewoon een grote webshop. Het eigen-merkaandeel van 16 procent bevestigt dit: voor een merk dat serieus wil cureren, is een herkenbaar eigen assortiment geen optie maar een voorwaarde.

 

De prijsspagaat is minstens even scherp. De historische Wehkamp-klant kende het merk als betrouwbaar en bereikbaar; niet de goedkoopste, maar eerlijk geprijsd voor wat je kreeg. Die positie is in de lifestyle-fase opgerekt richting hogere prijsperceptie, terwijl Shein tegelijkertijd de prijsverwachting aan de onderkant structureel heeft verlaagd. Het gevolg is een niemandsland: Wehkamp is te duur voor de prijskopers, en niet overtuigend genoeg in kwaliteitsbelofte voor de kopers die meer willen betalen. De EBITDA-marge van 4 tot 5 procent bevestigt dat: er is onvoldoende ruimte om in het merk te investeren, wat de positionering verder uitholt.

De Tinka-crisis van april 2024 maakte het zichtbaarst: het intrekken van het gespreid betaalproduct, historisch een kernonderdeel van de Wehkamp-servicebelofte, verhoogde de aankoopdrempel voor precies de doelgroep die het merk draagt. Een alternatief is niet teruggebracht. Een loyaliteitsprogramma ontbreekt volledig, terwijl concurrenten als Bonprix daar decennialang structureel in hebben geïnvesteerd en daarmee een van de sterkste klantloyaliteitsposities in de Nederlandse modemarkt hebben opgebouwd.

Tegelijkertijd heeft Wehkamp een troef die structureel wordt onderschat: het distributiecentrum in Zwolle van 140.000 vierkante meter. Dat is niet alleen een logistieke operatie; het is de fysieke belichaming van de Versneller-retailrol. Snelle, betrouwbare thuisbezorging is voor de Moderne Burgerij-kernklant een concrete, herhaalbare reden om terug te komen. Die kracht wordt in de merkpositionering niet gebruikt. Wehkamp praat nauwelijks over wat het wél goed doet. Dit zijn geen losse incidenten. Dit is een systeem van formulaire ontkoppeling dat verloopt via assortiment, prijs, services en communicatie tegelijk.

De Omoda-overname schept voor het eerst de condities voor herstel die in de Apax-jaren structureel ontbraken. De exit-cyclus van private equity, vier tot zes jaar, is per definitie korter dan de meerjarige disciplinetijd die brand debt-reductie vraagt. Familiebedrijven denken in generaties. Dat is geen romantiek, dat is een structureel ander tijdsperspectief. De Omoda-overname schept voor het eerst de condities voor herstel die in de Apax-jaren structureel ontbraken. De exit-cyclus van private equity, vier tot zes jaar, is per definitie korter dan de meerjarige disciplinetijd die brand debt-reductie vraagt. Familiebedrijven denken in generaties. Dat is geen romantiek, dat is een structureel ander tijdsperspectief. Jan Baan’s boutique-visie; curatief, kwaliteitsgericht, persoonlijk, is precies de cultuur die Wehkamp nodig heeft om zijn Selector-rol inhoudelijk te verdiepen. Sterker nog: waar die visie echt landt, schuift Wehkamp op richting Curator; een merk dat niet alleen keuze reduceert, maar een actief inhoudelijk oordeel velt over wat erin gaat en wat niet. Dat is de meest waardevolle positie voor een online warenhuis dat wil onderscheiden in een markt vol generieke platformen.

De portfolio-context is daarbij onderschat. Wehkamp krijgt een heldere positie in een viermerkengroep naast Omoda (midden-hoog), Assem (premium) en kleertjes.com (kindermode). Dat is meer dan een organigram; het is een formulaire afbakening. Wehkamp is het brede middensegment. Niet Omoda, niet Assem. Die helderheid over wat je níet bent, is precies wat in de Apax-jaren ontbrak: Wehkamp probeerde tegelijk jong en oud, goedkoop en aspirationeel, vertrouwd en vernieuwend te zijn. In een portfolio met duidelijke grenzen wordt die verleiding structureel kleiner.

Maar de overname lost de formule-inhoudelijke problemen niet automatisch op. Een nieuwe eigenaar verandert de eigenaarslogica; niet de archetypische drift, niet de doelgroep spagaat, niet het ontbrekende loyaliteitsprogramma. Formule-herstel vraagt niet om één grote ingreep, maar om vijf gelijktijdige bewegingen die elkaar versterken. De eerste is de meest fundamentele: het archetype Everyman; met Selector of Curator en Versneller als bijbehorende retailrollen; formeel verankeren in een geïntegreerd merkenboek voor alle vier Omoda Brands-merken. Niet als campagnetekst, maar als formulaire grondwet. De tweede beweging is communicatief: campagne ‘Altijd Wehkamp, sinds 1952’ (september 2025) is de vierde keer dat Wehkamp het erfgoed-narratief activeert. Het verschil met de vorige drie keer zit niet in de campagne zelf, maar in de vraag of ze dit keer lang genoeg wordt volgehouden om te landen. De derde beweging is servicegericht: een loyaliteitsprogramma voor de kernklant is geen nice-to-have maar een retentiemechanisme dat directe omzetbescherming biedt; iets wat Bonprix al decennia consequent inzet. De vierde is assortimentsgericht: het eigen-merkaandeel van 16 procent vraagt versterking via een ontwerp geleid label, met home & living als strategische tweede pijler naast damesmode. En de vijfde is de meest onzichtbare, maar niet de minst belangrijke: formulemanagement als governance-indicator, niet alleen als marketingterm.

Wij als sector moeten eerlijk zijn over wat de Wehkamp-case ons leert. Private equity en archetypische coherentie botsen regelmatig; niet omdat PE per definitie slecht is, maar omdat de exit-cyclus korter is dan de consistentietijd die merkvertrouwen vraagt. Een strategische koper lost op wat een merk zelf niet kan. Niet een betere campagne, maar een andere eigenaar was de vereiste interventie. En oudere kerndoelgroepen zijn geen last, maar een anker: met communicatief ‘verjongen’ verlies je de betalende klant zonder de jonge doelgroep te winnen.

74 jaar Wehkamp-geschiedenis is in 2026 een onvervangbaar vertrouwenskapitaal. ‘Altijd Wehkamp, sinds 1952’ is geen retrostrategie; het is de meest krachtige positionering die het merk bezit. Wehkamp heeft geen identiteitscrisis. Het heeft een disciplineprobleem. En dat lost geen eigenaar op; dat lost alleen een formule op die weet wat ze is en daar vervolgens niet meer van afwijkt.

Connected to Next Revolution Group label